Dorpstuin Nunspeet

Landbouw in Nunspeet

Waar onze wortels liggen

Eeuwenlang vormde de landbouw de belangrijkste basis van bestaan voor de Nunspeetse bevolking. In de afgelopen honderd jaar nam het aantal boeren echter in rap tempo af. Andere manieren van werken zorgden voor een hogere productie en relatief minder behoefte aan mankracht. Boerenzoons en landarbeiders gingen elders opzoek naar (beter betaald) werk. Veel boeren beëindigden hun bedrijf vanwege gebrek aan opvolgers. Ook bracht de import van nieuwe inwoners weinig tot geen agrariërs voort. Zo is het boerenberoep langzaam uit ons dorp aan het verdwijnen en zijn we voor een groot deel van onze voedselvoorziening afhankelijk geraakt van onzichtbare massaproductie die ver van ons bed plaatsvindt. We weten vaak niet meer wie met zorg onze bloemkool groot kweekte of de radijsjes uit de grond trok. Zou er om wat voor reden dan ook geen voedsel van buiten ons dorp worden aangevoerd, dan zouden de meeste van ons het misschien een week of twee uithouden.

jan van vuuren - landschap+boerderij

Dorpstuin Nunspeet wil weer zichtbaar maken hoe ons eten groeit en wie er zorg voor draagt tijdens die groei. Ook heeft de tuin als doel – zei het op hele kleine schaal – bij te dragen aan ons vermogen om in het eigen bestaan te voorzien. Om voor dat alles wat meer gevoel te krijgen willen we een verbinding met het verleden zichtbaar maken en laten zien waar de wortels liggen van ons boerendorp.
 

Veluwe

De meeste dorpen en gehuchten zoals die vandaag de dag bekend zijn op de Veluwe bestonden al rond het jaar 800. Landbouw vormde ook in die tijd al de basis van bestaan voor velen. De grond op de Veluwe was een zeer arme zandgrond, en met de middelen die de boeren destijds hadden was het zwaar werk om hier iets te kunnen verbouwen. Er wordt ook wel gezegd dat de naam Veluwe “slechte grond” betekend, in tegenstelling tot de meer zuidelijk gelegen vruchtbare of “goede grond” die we de Betuwe noemen. Het boerenleven in die tijd was dan ook niet gemakkelijk te noemen.
 

Nunspeet

Nunspeet - Gezicht op het dorpNunspeet zelf ontstond waarschijnlijk ruim voor het jaar 1000. De eerste bewoners van Nunspeet woonden op boerderijen buiten de huidige dorpskern, vooral in de richting van de Bovenweg. Daar grensden hoog en lager gelegen grond aan elkaar grensden en vormde zo een goede locatie voor een gemend bedrijf met veeteelt en landbouw. Pas eeuwen nadat de eerste boeren het land hier in gebruik namen, ontstond de oude dorpskern zoals we die nu kennen, met kerk en dorpsstraat als middelpunt.
 

Niemandsland  – Voor het ontstaan van de naam Nunspeet bestaat een algemeen geaccepteerde verklaring, namelijk dat deze afgeleid is van het vroegere Nuwenspete, en iets ‘nieuw ontgonnen grond’ betekent (nieuw spit). Het is in die context niet heel ver gezocht om aan te nemen dat het dorp gesticht is door mensen afkomstig uit Elspeet, wat dan op eerder ontgonnen grond gelegen zou zijn.

Een heel andere verklaring wordt gegeven door D.Otten in het boekje Landschap en plaatsnamen van de Noordwest-Veluwe (1991). Otten geeft allereerst aan dat van de naam Nuwenspete door velen verondersteld wordt dat zij de oorspronkelijke naam is van ons dorp, maar dat de naam niet voorkomt in oude geschreven bronnen. Verder is de uitdrukking nuwe geen gebruikelijke formulering voor ‘nieuw’ als men kijkt naar andere plaatsnamen in de regio. Denk bijvoorbeeld aan Nijkerk. Otten zoekt de oorsprong daarom in een andere richting en maakt een link met de term numsland. Die term duidt op een gebied dat van niemand eigendom was. Otten beschrijft een nums-spete dan ook als “een gebied dat geen erkende eigenaar had en waar met vrij kon ontginnen”. Heel vrij vertaald was Nunspeet dus een Niemandsland!

 
Belasting

De Nunspeter boeren betaalden zich vroeger blauw aan allerlei soorten belasting, zoals de pachtpenningen en toepachten voor het mogen gebruiken van de grond, de zogenaamde kerspelzaden – een afdracht aan de pastoor, later aan de predikant – en de vergelijkbare kosterszaden. Daar bovenop kwamen nog eens betaling van de scholt (schout), de Oude Nunspeter tienden aan de Hertog van Gelre, de nieuwe tienden aan de landheer en afdrachten aan andere tiendheffers. Van de toch al weinige opbrengst van het land en eventuele inkomsten na verkoop bleef weinig over.
 

Van eigen land

Toch konden de mensen wel rondkomen, door vooral te eten van eigen land. Men produceerde zelf brood van eigen rogge, gebruikte melk en boter, vlees en spek van eigen vee, en groenten en aardappelen uit de moestuin. Voor overige dingen, zelfs voor de belastingen, betaalde men grotendeels in natura. Ook voor diensten van anderen, zoals voor het malen van het meel. De molenaar had gewoon het recht om een schep meel uit de zak voor zichzelf te houden. “Men gaf aan geen bakker of brouwer” is wel een gezegde uit die tijd.
 

Gesloten systeem

arthur briet - boerderijTot de aanleg van de Zuiderzeestraatweg in 1830 en de komst van de trein in 1863 lag het dorp vrij geïsoleerd. “Zoals een eiland in de zee,” schreef Ahasverus van den Berg in ‘Geografie van de Veluwe’ (1796). Om boter te verkopen op de zaterdagse markt in Harderwijk, liep men bijvoorbeeld van ons dorp naar de stad en weer terug. Een afstand van 14 km waarvoor scholieren van nu de fiets al vaak verwisselen voor bus of trein. Mede door deze afzondering vormde het agrarisch bedrijf in Nunspeet lange tijd een gesloten systeem.
 

Veeteelt

In het begin van de 16e eeuw was vrijwel elke boer veehouder. Zelfs de geestelijken hadden hun eigen veestapel. Gemiddeld had elke boerderij 1 tot 8 koeien. Deze voorzagen in de behoefte aan melk en boter. Paarden werden gebruikt voor het bewerken van het land. Vier paarden per boerderij was dan ook geen uitzondering. Verder hield een groot aantal boeren schapen, soms kuddes van 100 stuks of meer. Deze schapen voorzagen de mensen van wol voor kleding, maar nog veel belangrijker was de mestproductie, zonder welke er weinig wilde groeien op de schrale grond van de Veluwe. De kuddes graasden op gezamenlijke heidevelden, maar vrijwel alle boerderijen hadden daarnaast een eigen stuk heidegrond of een lapje grond aan de zogenaamde zoom van het ontgonnen gebied. De heide was verder van nut voor de bijenteelt. Op veel boerderijen werden bijen gehouden. Soms grote aantallen korven per boerderij.
 

Akkerbouw

Wat betreft de akkerbouw werd hier vooral rogge geteeld, maar ook vlas (voor de linnenproductie), haver en boekweit. Inkomsten van de verkoop van het land waren maar zeer beperkt. Hoewel in de laatste eeuw de productie rogge per hectare toenam daalde de prijs ervan. Veel boeren stapten in de loop van de vorige eeuw dan ook over op de meer lucratieve veeteelt. 
 

Vrouwen in de landbouw

Op den Veluwe - Aan den arbeid (Hulshorst)De boerin en haar dochters waren op verschillende manieren betrokken bij het boerenbedrijf. Zo karnden zij boter voor de zaterdagse verkoop op de markt in Harderwijk, waar de boer(inn)en zeker tot aan 1891 te voet naartoe gingen. Ook hielpen zij mee met het voeren van kleinvee en de arbeid op het land. Dit landwerk omvatte bijvoorbeeld het wieden en rooien van aardappels, de hooioogst, en het binden van roggeschoven. Andere taken in en om de boerderij maakten meer deel uit van de huishoudelijke activiteiten, die zonder de aanwezigheid van de supermarkt van nu een stuk uitgebreider waren! Zo bakten de vrouwen brood van het door de molenaar gemalen roggemeel, bereidden zij na de slacht hammen, spekken en worsten, verwerkten ze het geoogste vlas tot garen waarvan de wever linnen weefde, en spinden zij wol waarvan ze kleding breiden.
 

Rampen

Naast het doorgaans toch al zware boerenleven op de Veluwe, waarvan de inkomsten gedrukt werden door hoge belastingen, kregen de boeren verschillende grote tegenslagen te verwerken. Rond de 10e eeuw kreeg de Veluwe te maken met een periode van grote droogte, waarna er veel zand bloot kwam te liggen. Dit stuifzand veroorzaakte, in elk geval tot op de akkers in de dorpskern, veel overlast waardoor hele delen van de ontgonnen grond soms een tijd lang onbruikbaar waren.
Verder waren er vaak strooptochten, waarbij vooral vee werd gestolen. Deze tochten werden uitgevoerd door benden vanuit Overijssel, Utrecht en ook Holland (via de Zuidzee). Ook verschillende oorlogen troffen onze regio zwaar. Wanneer er gevechten woedden, zoals ten tijde van de Tachtigjarige of de Hollandse oorlog, had dit op allerlei manieren een rampzalige uitwerking. Vee en gewassen werden opgeëist voor het onderhoud van langstrekkende troepen en er werd veel geplunderd door soldaten (zowel ‘vriend’ als vijand). Soms was de situatie zo slecht dat de plattelandsbevolking maanden of zelfs jarenlang haar toevlucht zocht in de nabijgelegen steden. Na terugkeer vonden zij hun boerderijen vervallen, akkers overwoekerd en de veestapel uitgestorven. Dit laatste had weer effect op de vruchtbaarheid van de akkers, of meer het gebrek aan vruchtbaarheid door een gebrek aan mest. Alles moest dan weer letterlijk van de grond af aan worden opgebouwd.
 

 

Gebruikte bronnen

  • Onder de clockenslach van Nunspeet. H.van Heerde, 1978, bewerkt door H.J. Langman (1e druk 1954)
    Repro-Holland, Alphen a/d Rijn
  • Landschap en plaatsnamen van de Noordwest-Veluwe. D.Otten, 1991
    Gysbers & van Loon, Arnhem

 
Aanvullingen?

We willen bovenstaande informatie graag verbeteren en uitbreiden. Ontbreken er interessante feiten op deze pagina of zijn bepaalde beweringen onjuist, laat het ons weten! Alvast hartelijk dank.

  • Dorpstuin Nunspeet

    Dorpstuin Nunspeet is een initiatief waarbij op kleine schaal groenten en fruit worden gekweekt voor lokale verkoop. In de tuinen wordt door allerlei mensen samengewerkt aan de ecologische teelt van deze gewassen. Wilt u meewerken in de tuin of groenten en fruit uit de Dorpstuin kopen? Meer informatie volgt spoedig!
  • Abonneren

    Door hier uw email adres achter te laten ontvangt u alle nieuwe berichten automatisch per email. U kunt altijd weer opzeggen. Uw adres wordt niet aan anderen verstuurd!

    Uw email adres:

    Via FeedBurner

  • Meta